Heeft het OM recht op de bandopname van een 112-melding?


De Hoge Raad heeft onlangs een arrest gewezen waarin hij zich uitlaat over de vraag of het Openbaar Ministerie recht heeft op de bandopname van een 112-melding.

Aanleiding

De aanleiding voor het arrest is de ‘Veendamse moordzaak’. In deze zaak wordt Kasper B. ervan verdacht dat hij zijn ex-vrouw om het leven heeft gebracht. De officier van justitie vordert in deze zaak de bandopname van de 112-melding die Kasper B. heeft gedaan, nu dit van belang kan zijn voor het onderzoek.De meldkamer weigert de bandopname van de 112-melding aan het OM te verstrekken, nu deze onder het medisch beroepsgeheim valt. De officier van justitie vordert in eerste aanleg verstrekking van de bandopname van de 112-melding.

In beginsel geldt dat elke BIG-geregistreerde gehouden is geheimhouding in acht te nemen ten opzichte van alles wat hem, bij het uitoefenen van zijn beroep, wordt medegedeeld. Dit medisch beroepsgeheim kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden doorbroken, bijvoorbeeld wanneer er aanwijzingen zijn dat door handhaving van het beroepsgeheim een ander zwaarwegend belang kan worden geschaad. Verder geldt in het strafrecht het verschoningsrecht, wat inhoudt dat bepaalde getuigen het recht hebben om te weigeren antwoord te geven op vragen die door een rechter aan hem worden gesteld. Het verschoningsrecht geldt onder meer voor personen die in hun dagelijks beroep verplicht zijn tot geheimhouding, maar alleen omtrent hetgeen hen als zodanig is toevertrouwd.

Eerste aanleg

De officier van justitie stelt in eerste aanleg dat de 112-melding onder de Wet politiegegevens valt en daarom moet worden verstrekt, de 112-melding geen medisch gegeven is en dat als de 112-melding al een medisch gegeven is, voldaan is aan de criteria om het beroepsgeheim te doorbreken.

De rechtbank oordeelt – kortgezegd – dat de 112-melding niet onder de Wet politiegegevens valt, de 112-melding onder het medisch beroepsgeheim valt en er geen sprake is van omstandigheden die doorbreking van het beroepsgeheim rechtvaardigen.

Arrest Hoge Raad

Hierop gaat de officier van justitie direct in cassatie. De Hoge Raad gaat in het arrest in op drie vragen, te weten:

  • Vallen 112-meldingen en communicatie tussen melder en een centralist van de meldkamer voor ambulancezorg onder het medisch beroepsgeheim en kan een beroep worden gedaan op het verschoningsrecht?
  • Zijn de gevorderde gegevens (de bandopname) object van verschoningsrecht?
  • Bestaat er een verplichting voor afgeleid verschoningsgerechtigden om te voldoen aan de vordering?

De Hoge Raad oordeelt allereerst dat een 112-melding en de daaropvolgende communicatie onder het medisch beroepsgeheim vallen. Ook geldt het verschoningrecht in een dergelijke situatie. De Hoge Raad komt hiertoe, nu de centralist een BIG-geregistreerde is die geheimhouding in acht heeft te nemen bij het uitoefenen van zijn beroep. Een wettelijke plicht tot geheimhouding betekent niet dat degene die tot geheimhouding is gehouden, enkel daaraan het recht op verschoning kan ontlenen. Aan de centralist is informatie medegedeeld die hem in het kader van zijn beroepsuitoefening is toevertrouwd. Volgens de Hoge Raad valt deze informatie onder het verschoningsrecht.

Vervolgens laat de Hoge Raad zich uit over de vraag of de bandopname object van verschoningsrecht kan zijn. De Hoge Raad oordeelt dat dit het geval is, nu er simpelweg een breed ‘gegevensbegrip’ geldt waarvoor het verschoningsrecht geldt. De stelling van de officier van justitie dat alleen brieven of andere geschriften object van verschoningsrecht kunnen zijn gaat dus niet op.

Ten slotte behandelt de Hoge Raad de vraag of de meldkamer, zijnde afgeleid verschoningsgerechtigde, zonder meer de bandopname dient te verstrekken. De Hoge Raad gaat slechts in algemene zin op deze vraag en overweegt dat de meldkamer in dit opzicht geen eigen oordeel toekomt, nu het verschoningsrecht afhankelijk is van de uitoefening van het verschoningsrecht van de centralist. Dit neemt echter niet weg dat in gevallen waarin de verschoningsgerechtigde een ondergeschikte is van de afgeleid verschoningsgerechtigde, de afgeleid verschoningsgerechtigde wel zelfstandig mag beslissen of hij zich beroept op zijn verschoningsrecht.

Meer informatie?

Voor vragen of advies kunt u contact opnemen met Dick Timmermans via T 071-535 80 64 of e-mail dt@tk.nl.

01/8/2017
door Dick Timmermans
Dick Timmermans

Dick Timmermans

Advocaat, Partner

Jurist & ondernemer. Focus op publieke sector, boardissues zorg & onderwijs. Denkt in kansen.

Sector: Publieke sector

CV via LinkedIn

T +31 71 - 535 80 67
E timmermans@tk.nl