Uitspraak van de Raad van State over de bekostiging van een islamitische basisschool


Uitspraak van de Raad van State over de bekostiging van een islamitische basisschool. De minister motiveerde niet goed dat de stichtingsnorm niet wordt gehaald.

Oprichten van bijzondere (basis)scholen

Het blijkt soms lastig om een bijzondere school op te richten die bekostiging van de overheid krijgt. TK heeft namens een stichting een procedure bij de Raad van State gevoerd over de oprichting van een liberale islamitische basisschool. In deze uitspraak heeft de Raad van State opnieuw duidelijk gemaakt waarnaar moet worden gekeken bij de oprichting van bijzondere scholen. Het is nog niet duidelijk of de islamitische basisschool er ook daadwerkelijk komt. De minister moet opnieuw kijken naar het besluit. In dit artikel zullen wij ingaan op deze uitspraak en de criteria waarnaar gekeken wordt om een bijzondere basisschool te bekostigen.

Criteria

Als er een nieuwe bijzondere bassischool wordt opgericht moet er om bekostiging te krijgen allereerst een aanvraag tot opneming in het plan van scholen bij de gemeenteraad worden ingediend. In de aanvraag moet duidelijk worden gemaakt dat de stichtingsnorm voor de school wordt gehaald. De stichtingsnorm is een minimum aantal leerlingen dat noodzakelijk is om een school op te richten. Als nog geen school in de gewenste richting is in een gemeente, moet worden gekeken naar een vergelijkbare gemeente om te bepalen of de stichtingsnorm wordt gehaald.

Er moeten verschillende factoren worden meegenomen om te beoordelen of een gemeente vergelijkbaar is. Zo wordt onder andere gekeken naar de ligging van de gemeente en de bevolkingssamenstelling. Ook kunnen leerlingdichtheid en het totaal aantal inwoners een rol spelen.  Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak is de beoordeling van de vergelijkbaarheid van gemeente echter niet beperkt tot deze factoren.

Als een vergelijkbare gemeente is gevonden waar een school is gevestigd in de gewenste richting, dan mag het belangstellingspercentage voor de school in die richting in die gemeente worden gebruikt om te bepalen of de nieuwe school aan de stichtingsnorm zal voldoen.

Als de gemeenteraad naar aanleiding van de aanvraag besluit om de bijzondere school op te nemen in het plan van scholen behoeft het besluit goedkeuring van de minister. De minister kan goedkeuring onthouden als door de overgelegde gegevens niet aannemelijk is dat de school aan de stichtingsnorm zal voldoen.

Uitspraak 7 februari 2018

In de uitspraak van 7 februari 2018 ging het om de vraag of voor het oprichten van een islamitische basisschool in de gemeente Westland het belangstellingspercentage van de gemeente Maastricht mocht worden gebruikt. De gemeenteraad besloot de school op te nemen in het plan van scholen. De staatssecretaris (nu de minister) heeft echter goedkeuring onthouden, omdat volgens de staatssecretaris Maastricht niet vergelijkbaar was met Westland. De reden die de staatssecretaris gaf was dat er in Maastricht een hoger percentage niet-westerse allochtonen wonen, die afkomstig zijn uit een islamitisch land, dan in Westland.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het doel van een vergelijking is om aannemelijk te maken dat een stichtingsnorm wordt gehaald. Het doel van een vergelijking is daarmee niet dat de gemeenten één op één vergelijkbaar moeten zijn. In dit geval was er weliswaar sprake van een absoluut verschil in aantal inwoners, maar dit verschil in aantal personen niet per sé bestaat in de basisschoolgaande leeftijd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde daarom dat de staatssecretaris niet voldoende heeft gemotiveerd waarom Maastricht en Westland niet vergelijkbaar zijn. De staatssecretaris, nu de minister, moet een nieuw besluit nemen.

Toekomst

Mogelijk wordt het in de toekomst eenvoudiger om nieuwe bijzondere scholen op te richten. In het regeerakkoord 2017 is opgenomen dat het kabinet de vrijheid van onderwijs wil vergroten onder andere door het stichten van scholen op basis van de belangstelling van ouders en leerlingen te vergemakkelijken. In het conceptwetsvoorstel “Meer ruimte voor nieuwe scholen” is opgenomen dat een aanvraag straks een belangstellingsmeting moet bevatten van het te verwachten aantal leerlingen. Dat maakt de discussie over het oprichten van een nieuwe bijzondere school in de toekomst wellicht gemakkelijker, doordat er niet langer naar een vergelijkbare gemeente hoeft te worden gezocht. Ook wordt er naar kwaliteitseisen gekeken.

Meer informatie

Heeft u vragen over de oprichting van een bijzondere school? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met Paul de Lange (T: 071-5358050, E: delange@tk.nl) of Floris van Galen (T: 071-5358050, E: vangalen@tk.nl). 

 

13/2/2018 voor Vastgoed